Nederlands

Reflectie onderzoeksreis Maluku 26' - Je bent Keturunan

Published date:
12.06.2026

Te bedenken dat ik twijfelde om deze keer niet naar Maluku te gaan.

Het reisschema lag open. Het plan was eigenlijk een andere plek in Indonesië. Maar er was iets dat me terugtrok. Niet luid, niet rationeel. Gewoon: terug naar Maluku. En nu pas besef ik me dat ik sinds 2022 elke twee jaar terugkeer. Ook deze reis weer. Na 2 jaar. Alsof er een ritme is dat ik niet zelf heb bedacht.

Alles loopt zoals het moet lopen.

Dat is een zin die ik mezelf de afgelopen jaren vaker heb horen zeggen, maar die ik op deze reis echt heb leren voelen. Niet als cliché mantra, maar als iets wat ik steeds opnieuw moest bewijzen aan mezelf. In het moment. Met de ongemakken erbij. Met de frustratie erbij. Met de dingen die anders liepen dan gepland.

Deze reis maakten we samen met kaka Norris, die we twee jaar geleden hebben leren kennen als reisgids en die inmiddels een vriend is geworden. Zijn aanwezigheid was onmisbaar, niet alleen als gids maar ook als vertaler in de ingewikkeldere gesprekken die we onderweg voerden.

Ambon: aankomen

Ambon voelde meteen vertrouwd én nieuw. De stad is druk en stedelijk, maar tegelijkertijd zo doordrenkt van gemeenschap en traditie dat je het bijna fysiek voelt zodra je er bent. De eerste dagen gingen over ontmoeten, luisteren en ervaren. We begonnen ook meteen aan onze papeda streak, uiteindelijk negen keer tijdens de hele reis, haha! Gesprekken met sanggars, dansers en muzikanten, traditionele Molukse dansen onderzoeken. Ik haalde een tifa op die ik van tevoren had besteld bij een sanggar waar ik twee jaar geleden ook al was geweest, en kreeg daar mijn eerste workshop tifa spelen.

We bezochten ook een kleine ikat onderneming van een familie uit Tanimbar die nu op Ambon woont. Alleen de vrouwen van de familie weven daar nog steeds met de hand, om de traditie levend te houden. Voor vertrek had ik in Nederland al een workshop ikat weven gevolgd, maar dat had weinig te maken met wat ik hier aantrof. Het weven was groter, lichamelijker en veel intensiever dan ik had ervaren. Ik heb even mogen proberen en merkte al snel dat je je hele lichaam nodig hebt, je rug, je gewicht, de spanning die je zelf moet opbouwen en vasthouden terwijl de stof terugtrekt. Elke centimeter weefsel draagt de tijd, de zorg en de fysieke arbeid van degene die het heeft gemaakt. Dat raakte me diep als maker en als danser. Het is kennis die niet in tekst bestaat maar in handen, in lichaam, in herhaling.

Elke centimeter weefsel draagt de tijd, de zorg en de fysieke arbeid van degene die het heeft gemaakt. Dat raakte me diep als maker en als danser. Het is kennis die niet in tekst bestaat maar in handen, in lichaam, in herhaling.

Wat me tijdens deze reis steeds opnieuw opviel, is hoe veel kennis hier niet wordt doorgegeven via boeken of archieven, maar via het lichaam. Via dans, muziek, handwerk, rituelen en simpelweg tijd met elkaar doorbrengen. Als maker voelt dat heel herkenbaar. Veel van wat ik onderzoek laat zich uiteindelijk ook niet volledig vangen in woorden, maar wordt gedragen door lichamelijke ervaring en overdracht.

Saparua / Ouw: lineage als levend onderzoek

Twee jaar geleden liepen we Ouw intuïtief binnen en vroegen simpelweg: waar is de rumah raja van Pelupessy? Zo begon de zoektocht toen. Deze keer verliep het anders, meer gestructureerd maar ook opener. We begonnen bij de dominee, op zoek naar oude doop- en huwelijksdocumenten uit de 18e of 19e eeuw. Hij wist het niet, maar verwees ons door naar de Raja van Ouw, die altijd een Pelupessy is.

Toen we aankwamen was hij er niet. Zijn collega stelde voor om ondertussen naar de begraafplaats te gaan die direct achter het huis lag, waar al decennialang Pelupessy's begraven liggen. Ik vond geen directe link met mijn eigen stamboom, maar om daar bewust aanwezig te zijn, om letterlijk tussen al die generaties te staan, dat voelde bijzonder op een manier die ik moeilijk kan omschrijven. En terwijl we daar stonden, reed de Raja toevallig langs.

What are the odds.

We raakten in gesprek en hij nodigde ons uit bij hem thuis. Wat er daarna gebeurde vond ik zo bijzonder om te ervaren: hoe vanzelfsprekend mensen daar hun tijd en energie stoppen in het collectief onderzoeken van zulke vragen. Iemand dacht aan iemand anders, die haalde weer iemand erbij, en voor je het weet zit je met een groep mensen urenlang samen na te denken over lineage, geschiedenis en verbindingen. Niet omdat het moet, niet als gunst, maar gewoon als de manier waarop je met zulke vragen omgaat. Samen. We kwamen niet tot concrete antwoorden, maar dat voelde minder belangrijk dan de bereidheid van zoveel mensen om mee te zoeken.

Wat me daarin zo raakte was dat de Raja het ook letterlijk benoemde: ook al hebben we de concrete lijnen niet gevonden, je bent en blijft een Pelupessy. Dus je bent een Orang Ouw, je bent Keturunan. Uiteindelijk komen we vanuit dezelfde lijn en zijn we familie van elkaar. Dat hoefde hij niet te bewijzen met documenten. Het was gewoon zo.. Dus nu noem ik hem oom Raja haha!

Die woorden zijn me bijgebleven gedurende de rest van de reis. Misschien omdat ik in Nederland vaak bezig ben met het verzamelen van bewijs, documenten en historische lijnen. Terwijl hier iemand eigenlijk zei: je hoeft niet alles te bewijzen om ergens bij te horen.

Bij een sanggar in Ouw haalde de eigenaar opeens een boek tevoorschijn dat hij van een tante uit Nederland had gekregen: De bevolking van Saparua, met doop- en huwelijksgegevens uit de 17e en 18e eeuw. Ik kende het boek al vanuit mijn onderzoek in Nederland, maar had het nog nooit fysiek in handen gehad. Ik mocht erin bladeren en vond daarin ook weer nieuwe informatie. Het voelde alsof alles precies liep zoals het moest lopen, alsof ik steeds dichter bij een kern kom, ook al weet ik niet of die kern ooit volledig in woorden te bereiken is.

We gingen ook naar de Baileo van Ouw. Twee jaar geleden was er geen tijd voor geweest. Nu kon ik eindelijk. En dat voelde zwaarder dan ik had verwacht, niet omdat er iets bijzonders in staat of gegraveerd is, maar simpelweg omdat daar generaties Pelupessy's hebben gestaan. Dat besef alleen al was genoeg.

Lineage leeft niet alleen in documenten. Het leeft in mensen, in hoe ze de tijd nemen, in hoe ze je meenemen zonder dat je erom vraagt.

Hoe meer gesprekken we voerden en hoe meer tijd we doorbrachten, hoe sterker een bepaald gevoel van belonging werd bevestigd. Niet altijd in woorden te vangen, maar wel heel voelbaar aanwezig.

We verbleven opnieuw bij de familie van Moya in Mahu. Twee jaar geleden hadden we daar ook al mogen verblijven, dus dit voelde meteen vertrouwd en warm. Thuiskomen bij mensen die je kennen.

Seram: overgave als onderzoek

Seram was de eerste keer. Dat vond ik spannend.

Ik was in contact gekomen met Theodora, een danseres die ik vorig jaar in Nederland had ontmoet en die zich inzet voor community work en cultuuronderzoek op Seram. We hebben daarin veel raakvlakken, en toen ik besloot toch naar Maluku te gaan dacht ik meteen aan haar. Ik wist eerst niet eens dat ze op Seram woonde, ik dacht ergens op Ambon. Dus het voelde als een mooie verrassing dat ze in Piru bleek te wonen en bezig was met cultuuronderzoek in negeri Lumoli. Ze nodigde ons uit om daarheen te komen.

Op Seram werden we het meest uitgedaagd om open te staan voor het moment. Alles was veranderlijk, afspraken veranderden constant, dingen liepen anders dan verwacht. En juist wanneer je voor het eerst ergens bent probeer je je vast te houden aan structuur en overzicht. Maar die controle was er gewoon niet, en dat vroeg elke keer opnieuw om iets wat ik niet altijd makkelijk vind: loslaten en vertrouwen dat wat er komt ook is wat er moet komen. Dat was soms frustrerend en confronterend, maar tegelijkertijd ook precies de les.

Theodora en Doni hebben samen Rumah Belajar opgezet in Piru, een community en ontwikkelplek voor kinderen uit de omgeving. Kinderen komen er voor huiswerk, muziek, traditionele danslessen en simpelweg samen zijn. Een plek van gemeenschap, cultuur en zorg.

Wat me zo raakte op Seram was hoe rijk mensen daar zijn in de manier waarop ze leven, niet in bezit maar in gemeenschap, in tijd, in verbondenheid met elkaar en met de plek waar ze zijn. We maakten een ceremonie mee voor de ontvangst van de governor waarbij vrouwen van het dorp in traditionele kleding dansten en zongen. We zagen een Cakalele groep met volwassen mannen die zelfs de kleding en ornamenten zelf maken, en we spraken met hen over wat de dans voor hen betekent, wat er in hun lichaam gebeurt tijdens het uitvoeren ervan. Ik ontving een Buru ayam hoofdtooi van Bapa Raja Lumoli. We mochten de nieuwe Baileo van Lumoli binnen terwijl die nog niet officieel geopend was en veel mensen hem zelf nog niet hadden gezien. Daar spraken we met een elder van het dorp die veel vertelde over adat, symboliek en belief systems van vóór de komst van andere religies, een geloof in de kracht van natuur en universum dat zo diep resoneerde met mijn eigen zoektocht. Ik ben zelf niet per se religieus, maar ik geloof wel. En dit raakte iets in mij dat ik herken zonder het te kunnen verklaren. Opnieuw een vorm van belonging die zich niet laat vertalen.

We gingen ook naar een waterval diep in het bos. Voor de mensen daar was het een halfuurtje lopen, maar het bleek veel langer en zwaarder dan verwacht, door dicht groen, over gladde stenen, terwijl ik de hele tijd probeerde niet te denken aan alles wat er in zo'n bos kan leven. Ik ben doodsbang voor slangen en spinnen, dus het was een constante afweging tussen genieten en alert zijn. Bij de waterval zelf bleef ik eerst beneden staan, het hoger klimmen leek me te glad, te onzeker. Maar op een gegeven moment dacht ik: waarom zou ik dit niet volledig ervaren nu ik hier toch ben, na alles wat we al hadden meegemaakt op deze reis? Dus ging ik toch omhoog, stond uiteindelijk onder het water, voelde hoe het over me heen sloeg. En iets in mij ontspande op een manier die ik niet had verwacht. Het voelde alsof mijn innerlijke kind even vrij mocht zijn, die versie van mezelf die nog niet wist dat je voorzichtig moet zijn, die gewoon aanwezig is in wat er is.

Vertrek en landing

Het vertrek viel zwaar. De tranen bleven maar komen, niet alleen vanuit afscheid maar al vanuit gemis terwijl ik er nog was, alsof een deel van mij al probeerde vast te houden wat nog niet voorbij was. Ergens in dat vliegtuig dacht ik aan mijn moeder, die vroeger altijd huilde als we Indonesië verlieten. Als kind begreep ik dat niet, ik zag haar verdriet maar kon er geen vorm aan geven.

Nu begrijp ik het.

En ik dacht aan alle mensen die vanuit Maluku dachten tijdelijk naar Nederland te gaan, drie of zes maanden, om vervolgens nooit meer terug te keren. Wat dat moet hebben betekend, wat dat nog steeds betekent, voor alle generaties die daarna kwamen.

Pff.

De reis eindigde zoals ze begon: in Ambon. Op de laatste avond danste ik zelf, Tari Lenso, Tari Tifa, ongedwongen op een dakterras met mensen om me heen. En in dat moment besefte ik hoe de hele reis zich had opgebouwd naar precies dit. Niet dat ik de dans had geleerd of de stappen had begrepen, maar dat ik genoeg aanwezig was geweest, genoeg had ontvangen, genoeg had losgelaten.

Dat is misschien de grootste les van deze reis. Dat onderzoek niet altijd vraagt om begrijpen. Soms vraagt het om aanwezig zijn, om te vertrouwen dat wat moet ontstaan ook ontstaat. Dat de vorm me op die laatste avond tegemoet kwam was mooi, maar dat was niet waar het om ging.

Tijdens mijn tijd op Java kwam die les al naar voren in het werken met Ibu Elly en Rianto. Daar ging het over minder doen, meer zijn. Over het loslaten van controle en vertrouwen op wat zich in het moment aandient. In Maluku kwam diezelfde les terug, maar buiten de studio. Niet in een improvisatie of performance, maar in het onderzoek zelf. Hoe meer ik probeerde vast te houden, hoe minder er leek te ontstaan. Juist wanneer ik losliet, dienden de ontmoetingen, gesprekken en ervaringen zich vanzelf aan.

Misschien is dat uiteindelijk wat ik deze reis het meest heb geleerd: dat niet alles wat waardevol is gevonden hoeft te worden. Sommige dingen mogen zich simpelweg laten ontmoeten.

_____________________

Woordenlijst

Papeda — traditioneel Molukse gerecht gemaakt van sagomeel, met een kleverige, geleiachtige structuur

Baileo — traditioneel gemeenschapshuis op de Molukken, gebruikt voor ceremoniële en bestuurlijke bijeenkomsten

Rumah Raja — letterlijk "huis van de koning/hoofd", de woning van de dorpsleider

Raja — dorpshoofd of traditionele leider

Negeri — traditioneel dorp op de Molukken

Sanggar — studio of oefenruimte voor dans en muziek

Tifa — traditionele Molukse drum

Ikat — traditionele weefseltechniek waarbij draden voor het weven worden gekleurd om patronen te maken

Cakalele — traditionele oorlogsdans van de Molukken

Tari Lenso — traditionele Molukse dans met zakdoeken

Tari Tifa — traditionele Molukse dans waarbij de tifa centraal staat

Rumah Belajar — letterlijk "huis van leren", een leer en ontwikkelplek

Adat — traditioneel gewoonterecht en culturele tradities

Keturunan — letterlijk "nakomeling", afstammeling