
Tijdens mijn reis door Indonesië begon ik de eerste weken op Java. Ik startte in Jakarta, waar ik samen was met Ibu Elly Lutan. Vanuit daar reisden we naar Banyumas voor het festival Banyumas Ngibing 24 Jam Menari 2026, georganiseerd door Rianto.
Rianto is een van de belangrijkste hedendaagse figuren binnen de Lengger-traditie van Banyumas en staat bekend als een van de jongste maestro’s binnen deze dansvorm. Het festival, verspreid door Kota Lama Banyumas, brengt gedurende 24 uur onafgebroken dans, muziek, performance en ontmoeting samen. Meer dan honderd kunstcollectieven vanuit verschillende regio’s van Indonesië en ook internationale performers komen hier samen om werk te delen, te improviseren en elkaar te ontmoeten.
Een van de grootste lessen die Indonesië mij telkens opnieuw leert, is dat plannen hier voortdurend kunnen verschuiven. Dat afspraken anders lopen dan verwacht. Dat je aanwezig moet blijven in het moment en mee moet bewegen met wat zich aandient. Minder controle. Minder vastzetten. Meer vertrouwen op intuïtie, ontmoeting en het moment zelf.
Ook deze ervaring in Banyumas draaide uiteindelijk volledig daarom.
Al van tevoren was afgesproken dat ik samen met Rianto en Ibu Elly zou performen tijdens het festival. Daarom zouden we ook twee dagen eerder arriveren in Banyumas om samen te repeteren en een eerste draft van de performance te maken. Daarnaast stond er nog een tweede performance gepland rondom een honderd meter lang canvasdoek waarop verschillende kunstenaars live hadden geschilderd. Het idee was dat een aantal dansers zich improviserend rondom dit werk zou bewegen, als reactie op het schilderwerk en de energie van de ruimte.
Ook was het oorspronkelijk de bedoeling dat een groep studenten van Rianto’s dansschool onderdeel zou worden van onze performance. Ibu Elly had daarvoor al een workshop gegeven aan de studenten en samen met hen een draft voorbereid, zodat zij uiteindelijk met ons mee zouden performen.
Maar uiteindelijk veranderden bijna alle plannen.
We arriveerden twee dagen eerder, maar uiteindelijk hebben we helemaal niet gerepeteerd. De performance rondom het canvas ging niet door en ook de meeste studenten konden uiteindelijk niet deelnemen. Alleen de twee jongste performers bleven over en werden uiteindelijk onderdeel van onze improvisatie. Een jong meisje dat live begon te zingen en een jonge jongen die kendang speelde. Maar ook voor hen was dit uiteindelijk geen vaststaande performance meer. Zij stapten net als wij mee in het moment en in de improvisatie die daar ter plekke ontstond.
De daadwerkelijke ontmoeting tussen ons drieën ontstond uiteindelijk pas tijdens de performance zelf. De improvisatie was de ontmoeting.
Dat was spannend.
Met Ibu Elly voel ik een diepe vertrouwdheid doordat we al langer samenwerken, maar Rianto en ik hadden elkaar van tevoren eigenlijk pas één keer echt ontmoet. Op dat moment ontstond er onverwachts een hele korte improvisatie van misschien twee minuten. Niet gepland, niet voorbereid en eigenlijk ook nog niet bedoeld als repetitie, omdat het officiële repetitiemoment nog moest komen. Maar uiteindelijk was dat dus onze enige “repetitie” samen.
Onze verdere “voorbereiding” bestond eigenlijk alleen uit het kort bespreken van mogelijkheden: welke muziek er zou klinken, welke prop we zouden gebruiken en hoe we de ruimte misschien konden benaderen. We werkten met een caping, een traditionele rieten hoed. Verder wist ik eigenlijk niets.
En juist daarin zat ook iets heel bijzonders.
Ondanks dat we elkaar bijna niet kenden, voelde het uiteindelijk als een hele fijne ontmoeting tijdens de performance. De energieën matchten heel natuurlijk met elkaar en ik voelde me direct comfortabel met hem in de ruimte. Dat gaf mij ook vertrouwen om echt aanwezig te zijn in het moment en te durven vertrouwen op wat er tussen ons ontstond tijdens het performen.
Het vroeg om volledig vertrouwen. Niet alleen in mezelf, maar ook in elkaar. In het luisteren naar elkaars timing, energie, ademhaling en aanwezigheid. Zonder vaste choreografie. Zonder duidelijke afspraken. Gewoon de ruimte instappen en voelen wat er ontstaat.
De performance vond buiten plaats, op een rond plein waar het publiek volledig om ons heen stond. Er was geen verhoogd podium, geen duidelijke afstand tussen performer en publiek. Mensen stonden dichtbij. Je voelde hun aanwezigheid constant. Dat maakte het tegelijkertijd intiem en kwetsbaar.
Een ander belangrijk onderdeel binnen deze ervaring is ook mijn proces met Ibu Elly binnen Mama’ku en de ontwikkeling die we daarin samen doormaken. Ibu Elly probeert mij steeds opnieuw mee te geven om meer vanuit een less is more houding te werken. Minder doen. Meer zijn. Niet streven naar perfectie of constant willen “vullen”, maar juist durven vertrouwen op eenvoud, stilte, aanwezigheid en intentie.
En dat voelt ergens ook tegenstrijdig met wat ik vaak ervaar binnen het Nederlandse werkveld, waar er juist regelmatig veel van je gevraagd wordt: groter, sneller, voller, meer uitgewerkt. Juist daardoor voelt deze ontmoeting en manier van werken voor mij extra interessant.
Dat is ook iets wat ik bewust heb geprobeerd mee te nemen in deze improvisatie. Niet alles willen controleren of invullen, maar proberen aanwezig te blijven in wat er al is.
En hoewel dat soms ook ongemakkelijk of spannend kan zijn, zit daar voor mij momenteel misschien juist wel de grootste les.
Filmpje 1:
een kort moment van samenkomen vlak voor de performance (waar ik trouwens even een top van Ibu Elly draag :p).
Filmpje 2:
een kort fragment uit de uiteindelijke improvisatie/performance samen.