Nederlands

Reflectie Mama’ku

Published date:
13.02.2026

Mama’ku is een project dat tweeënhalf jaar geleden concreet vorm kreeg, maar waarvan het zaadje al vele jaren eerder is geplant. De zoektocht naar identiteit, cultuur en verbinding met mijn moeder, maar uiteindelijk ook de verbinding met mezelf. Het gehoor geven aan haar verhaal werd tegelijkertijd het gehoor geven aan het verhaal van zoveel moeders die hun land hebben moeten verlaten, onder welke omstandigheden dan ook, en bergen hebben verzet omwille van hun kinderen en hun overleving.

Ik hoopte dat deze reis zou leiden tot een soort eindpunt van verbinding. Dat ik bij mijn moeder zou aankomen. Dat we elkaar eindelijk echt zouden begrijpen. Dat ik me weer net zo verbonden met haar zou voelen als toen ik een klein meisje was. Dat ik goed genoeg zou zijn. Dat ook zij mij zou zien en begrijpen.

Tegelijkertijd wist ik dat dit verhaal groter is dan mijn moeder en mij samen. Het draagt de sporen van meerdere generaties binnen Molukse, Indonesische en Indische families. De eerste generatie die naar Nederland kwam, vaak getekend door oorlog, verlies en ontworteling, en leerde te zwijgen omdat het trauma te pijnlijk was om aan te raken. De derde en vierde generatie die nu steeds vaker woorden vindt voor wat zij voelen en die ruimte ervaart om vragen te stellen en patronen te doorbreken. Maar daartussen bevindt zich de tweede generatie, die we minder vaak horen. De generatie die opgroeide met dat zwijgen, die leerde door te gaan, zich aan te passen en geen ruimte in te nemen voor pijn waar nooit taal voor is ontwikkeld. Juist zij dragen vaak de gevolgen van wat niet is uitgesproken, zonder altijd te weten hoe dat zwijgen te doorbreken.

Ik geloof dat we elkaar als mensen pas werkelijk kunnen bereiken als we ons veilig genoeg voelen om te delen. Als we niet het gevoel hebben dat we er alleen voor staan in wat we dragen. In die herkenning van kwetsbaarheid kan verbinding ontstaan. Voor dochters die voelen dat ze verder van hun moeder af staan dan ze zouden willen. Voor kinderen en ouders die elkaar willen bereiken, maar niet altijd weten hoe.

Met Mama’ku wilde ik laten zien dat kwetsbaarheid geen zwakte is, maar juist een kracht die nabijheid mogelijk maakt. Dat praten, zichtbaar maken en benoemen van pijn essentieel is om die samen te kunnen verzorgen en laten helen. In mijn eigen jeugd heb ik het gemist om voorbeelden te zien waarin ik mezelf kon herkennen naast mijn familie. Waar ik naar op kon kijken. Mensen die leken op mij, die zoekende waren, die worstelden met dezelfde vragen. Niet dat ik mezelf nu een voorbeeld noem of dat aspireer te zijn, maar ik hoop wel dat mijn werk een opening kan bieden. Dat het mensen uitnodigt om toe te laten wat er geraakt wordt. Dat het gesprekken op gang brengt. Dat het gevoel om alles alleen te moeten dragen misschien iets lichter wordt. Omdat we het samen kunnen dragen.

In het maakproces van de documentaire heb ik mijn moeder opnieuw en beter leren kennen. Haar veerkracht nog dieper gevoeld. Nog meer bewondering gekregen voor hoe zij zich door het leven heeft weten te slaan. Tegelijkertijd werd ik geconfronteerd met iets pijnlijks. Er was geen ruimte voor mijn ervaring. Voor mijn gevoel. Voor wat dit proces bij mij losmaakte. Het werd een reis van mijn moeder, niet van ons samen.

Gaandeweg kon ik inzien dat dit precies de dynamiek was waarin zij zelf is opgegroeid. Er was nooit ruimte voor haar verhaal, haar gevoel. Hoe kan iemand ruimte bieden aan een ander als die ruimte er voor haarzelf nooit is geweest. Die realisatie zorgde eerst voor veel frictie. Oude patronen kwamen snel terug. Waar ik hoopte dichter bij mijn moeder te komen, stonden we opeens verder van elkaar af dan ooit.

Uiteindelijk bracht dit mij tot een confronterende maar noodzakelijke conclusie. De bevestiging waar ik zo naar verlangde, is er één die ik mezelf mag geven. Ik kan op mijn eigen benen staan. Ook in dit proces en in mijn zoektocht en ontwikkeling in het zoeken naar verbinding met de Indonesische en Molukse cultuur. Dit verhaal was niet alleen dat van mijn moeder, maar ook dat van mij. En van zoveel moeders en dochters, kinderen en ouders.

Indonesië is niet alleen het land en de cultuur van mijn moeder. Het is ook die van mij. Ook al ben ik in Nederland geboren, komt 75% van mijn DNA vandaar. Ik zal me blijven inzetten om de cultuur en de generaties vóór ons te eren en de verhalen te blijven vertellen die minder vaak of niet gehoord worden.

Mama’ku heeft mij niet symbolisch teruggebracht in de beschermende armen van mijn moeder met goedkeuring en acceptatie zoals ik misschien had gehoopt. Het heeft mij naast haar geplaatst. Hand in hand. Zij met haar moeder. En haar moeder weer met de hare. En zo verder terug. Of we nu botsen of niet, die verbinding is er. Voor altijd. En dat geeft mij kracht.

Het afgelopen jaar voelde intens. Niet alleen druk, maar ook te vol. Het eerste jaar van mijn nieuwe makerstraject begon met een grote lancering, veel beweging, veel verantwoordelijkheid. Daar ben ik eigenlijk te lang in doorgegaan. Wat begon vanuit liefde voor het werk en een diep gevoel van urgentie, werd langzaam iets wat ik moest volhouden. Bewijsdrang nam over, een checklist aan deadlines die ik moest behalen. Alsof ik mezelf ergens onderweg een beetje ben kwijtgeraakt.

De tour kreeg uitverkochte voorstelling na uitverkochte voorstelling en ik was in ongeloof en dankbaarheid. (WOW, HOE DAN?!) Maar ik zat in overlevingsstand. De tour werd op een gegeven moment onderdeel van die checklist, en dat voelt pijnlijk om zo te benoemen. Tegelijkertijd vroeg elke voorstelling mij juist om opnieuw in te tunen op het hier en nu. Om echt aanwezig te zijn. Om elke keer weer open te gaan, ongeacht hoe vol of moe ik al was. Dat lukte ook. Ik was DAAR. Elke keer opnieuw en elke keer heel anders. Ik gaf veel. Aan het publiek, aan het moment, aan wat er tussen Ibu Elly en mij ontstond, maar het vroeg alle energie die ik op dat moment voor de dag had. Alles wat ik had, ging naar er zijn. Daardoor bleef er na afloop geen ruimte meer over om te kunnen ontvangen.

Er was geen echte landing. Geen nazorg, van en naar mezelf. De reacties en berichten die ik kreeg over wat het bij mensen losmaakte, kon ik nauwelijks binnenlaten. Niet omdat ze me niet raakten, maar juist omdat ze dat wel deden. Ik denk dat ik ze ergens heb afgehouden. Omdat ik voelde dat als ik nog meer zou toelaten, ik uit elkaar zou vallen.

En toen was het ineens klaar. We brachten Ibu Elly naar Schiphol. Mijn moederfiguur met wie ik dit intieme proces ben aangegaan. Iemand bij wie ik me gedragen voel. Waar ik zoveel van heb mogen leren, waar ik bij mocht thuiskomen. En zij vertrok. En ik bleef achter, met alles wat nog niet was geland, nog steeds in overlevingsstand.

Dat moment brak er iets open. Wat ik eerst niet helemaal durfde te benoemen, maar wat nu steeds duidelijker voelt als rouw. Rouw om het afronden van een periode die me zo dicht bij mezelf heeft gebracht. En die me op een andere manier dan gedacht in verbinding met mijn (voor)moeder(s) heeft gebracht. Rouw om het loslaten van een intense reis. Rouw om samen in kwetsbaarheid te staan en nu alleen. Niet alleen als maker, maar ook als dochter. Als cultuurdrager. Waarbij ik hand in hand heb bewogen met mijn moeder(s), en nu ineens alleen verder moet.

Ik voel dat dit geen einde is, maar een overgang. Iets dat diep in mijn lichaam is gaan zitten en tijd nodig heeft om te bezinken, te doorvoelen. Van hieruit ga ik verder. Een volgend hoofdstuk in. Niet meer fysiek samen met mijn moeder(s), maar wel diep verbonden. Energetisch. Hand in hand.

Vanuit deze afronding merk ik dat Mama’ku iets in mij heeft aangescherpt. Niet zozeer antwoorden gegeven, maar een dieper bewustzijn en vragen die dichter bij mezelf zijn komen te liggen. Wat vraagt het van mij om verhalen te dragen die niet alleen persoonlijk zijn, maar ook cultureel en collectief. Het vraagt om zorgvuldigheid. Zorgvuldig omgaan met wat mij is doorgegeven. Met wat van ons is en wat door mij heen beweegt.

Het heeft mij opnieuw geconfronteerd met mijn positie als maker en als cultuurdrager. Met de verantwoordelijkheid die daarbij hoort. Met hoe dichtbij ik durf te komen. Met hoeveel ik geef en waar mijn grenzen liggen. Het besef dat sommige verhalen niet vragen om uitleg of vertaling, maar om eigenaarschap. Voor ons, door ons. Omdat niemand onze verhalen beter kan vertellen dan wij zelf. Het zit al in ons. In onze lichamen. In onze herinneringen. In onze geleefde ervaring. Het vraagt om durven staan in die kracht en die ook op te mogen eisen.

Het heeft me doen beseffen dat sommige processen niet vragen om nog meer te doen, maar om te zijn. Om ruimte te maken en beter te luisteren naar wat er nodig is. Naar mijn lichaam en mijn intuïtie. Om even los te komen van een westerse manier van denken en aanpak, waarin alles vooraf begrepen en verklaard moet worden, omdat dat verlangen naar controle mij juist kan ontnemen om te ontdekken wat er kan ontstaan als ik loslaat en vertrouw op mijn intuïtie.

Misschien is dat waar ik nu sta. Niet in een nieuw begin of een nieuw jaar, maar in een verdiepend midden, waarin ik nog steeds lerende ben. Waarin ik me steeds opnieuw mag verhouden tot wat ik maak, draag en doorgeef. Met Mama’ku als fundament en als bedding. Niet iets om af te ronden en achter te laten, maar iets dat mij vormt in hoe ik verder wil bewegen. Met aandacht, met zorg en met het besef dat wat van ons is, ook vanuit ons gedragen mag blijven worden.