English

PERANAKAN CHINEES: kind van een ander land

Gepubliceerd op:
15.05.2026
Door:
Nita Liem
Door:
Nita Liem
LInks: Mijn oma en opa van vaders kant | Rechts: Twie Tjoa en ik in 2024

Mijn naam is Nita Liem May Yun, ik ben een chinees uit Indonesië. Een peranakan chinees.

Ik ben geboren in 1962 in Malang, Oost-Java.

In 1965 tijdens de communistenjacht in Indonesië, kwamen er veel chinezen om het leven. In 1967 verhuisden we naar Nederland.

Mijn ouders hebben nooit gesproken over die tijd. Ik zou graag willen weten: wat nam ik toen waar, wat kon ik voelen? Hoe heeft deze tijd mij gevormd?

Een nicht vertelde me dat als ze op mij moest passen, ik altijd voor het raam bleef staan om te kijken of mijn ouders wel terug zouden komen.

In Nederland spraken we alleen nog maar Nederlands. Mijn Oma kwam ons opzoeken toen ik 8 jaar was. We konden niet met elkaar spreken ik was de Indonesische taal kwijt. Mijn kamer deelde ik met Oma, dat was ongemakkelijk omdat we beiden niet wisten hoe met de situatie om te gaan. Dat moet verdrietig voor haar zijn geweest.

De laatste keer dat ik haar zag was toen ik 15 jaar was en dat was ook de eerste keer weer terug in Indonesië. Ik was inmiddels een typische Hollandse puber geworden, stoer doen alsof ik niet geïnteresseerd was. En boos want ik wilde liever bij mijn vrienden zijn en met hen op vakantie zijn in Nederland.

In 1990 is mijn Oma gestorven.

In dat jaar werkte ik met Ping Chong aan het project Deshima, zie bijdrage 5. Hierdoor kwam ik in aanraking met de koloniale geschiedenis van Indonesië. Paar maanden na dit project ben ik naar Java gegaan, voor het eerst 7 weken alleen op een grote reis. Ik was 28 jaar en heb het graf van mijn oma bezocht.

Nu pas voel ik het gemis dat ik niet ben opgegroeid met de verhalen van mijn familie, de verhalen van mijn Opa’s en Oma’s.

Als ik me niet goed voel, angstig of onzeker, dan denk ik aan mijn ouders en voorouders, aan wat die hebben meegemaakt, dat in mij voortleeft.

Ik kijk nu met groot verlangen, naar jonge mensen die wel een goede relatie met hun grootouders hebben. En naar opa’s en oma’ s die een belangrijke rol vervullen in het leven van hun kleinkinderen.

Mijn theaterwerk brengt mij steeds dichter bij mijn eigen geschiedenis. Ik onderzoek nu hoe ik verbinding kan maken met die geschiedenis. Dit doe ik door steeds met verschillende generaties in contact te staan. Ik ben benieuwd op welke manieren je verbinding kunt maken met je voorouders. Wat heeft mijn lichaam opgeslagen en hoe ontcijfer ik deze verhalen.

In mijn werk nu, gaat het vaak over de verbindingen met die voorouders. De uitwisseling tussen de verschillende generaties. Hiermee vul ik in, wat ik zelf heb gemist.

In 2024 heb ik Twie Tjoa gevraagd om mijn moeder te vertegenwoordigen in een theater project. Sinds die tijd beschouw ik Twie als een familielid aan wie ik de vragen kan stellen die ik niet aan mijn moeder of oma heb kunnen vragen. Waarom zijn jullie uit Indonesië vertrokken? Hoe was het om als peranakan chinees op te groeien in Surabaya. Al vanaf eind jaren 50 werden chinezen gediscrimineerd en vernederd. In 1962 is Twie in het diepste geheim gevlucht naar Suriname. Ze was toen 19 jaar.

Haar ervaringen en verhalen zijn niet die van mijn moeder of familie, maar geven wel een beeld en de spanningen aan uit die tijd.

Twie Giok Tjoa (Surabaya 1943) is een feminist en organisatiesocioloog, gespecialiseerd in diversiteit en inclusie op het werk en in de maatschappij.

Peranakan-Chinezen in Nederland zijn nakomelingen van Chinese immigranten en de lokale Indonesische bevolking, uit het voormalige Nederlands-Indië.

Uit een interview met Kitlyn Tjin A Djie, transcultureel systeem therapeut en eigenaar Bureau Beschermjassen:

‘In mijn werk kom ik vaak mensen tegen die worstelen met angsten. Hen is bijvoorbeeld vaak meegegeven dat ze op hun hoede moeten zijn, zonder dat aan hen is uitgelegd waarom. De trauma’s waar hun overgrootvader of grootvader mee worstelde, hebben zij dus overgenomen en zij weten niet waar dit vandaan komt.’

Uit: https://www.npodoc.nl/artikelen/interview-kitlyn-tjin-a-djie